Op 1 juli 2026 worden flexi-jobs uitgebreid naar zo goed als alle openbare en private sectoren. Toch geldt dat niet voor de land- en tuinbouw, en dus evenmin voor de wijnbouw. Via het sociaal overleg moest per paritair comité worden beslist of flexi-jobs werden toegelaten, en als één van de weinige sectoren koos de landbouw voor een ‘opt-out’. Voor de wijnbouwers verandert er in de praktijk dus weinig: de seizoenarbeid blijft het kader voor tijdelijke en piekgebonden tewerkstelling.
Kiezen tussen twee systemen
De landbouw moest kiezen tussen twee flexibele stelsels: de bestaande seizoenarbeid behouden, of overschakelen naar flexi-jobs zonder seizoenarbeid. De landbouworganisaties kozen voor het behoud van de seizoenarbeid, omdat dat volgens hen het best aansluit bij de noden van de sector. Minister van Werk en Landbouw David Clarinval betreurt de uitkomst: volgens hem kunnen beide systemen wettelijk perfect naast elkaar bestaan en heeft de overheid nooit tot een keuze verplicht. Maar het waren de vakbonden die in het overleg vasthielden aan één systeem per sector. Ook een tussenoplossing waarbij elk bedrijf zelf zou kiezen, haalde het niet.
Uitzondering voor niet-landbouwtaken
Voor wijndomeinen is er wel één belangrijke nuance. De opt-out geldt voor de eigenlijke landbouwtaken, maar voor niet-landbouwtaken kunnen flexi-jobbers wél worden ingezet. Het klassieke voorbeeld is een hoevewinkel — vertaald naar onze sector: een wijnwinkel, proeflokaal of zomerbar. Het werk in wijngaard en kelder blijft onder de seizoenarbeid vallen, terwijl je voor het verkoop- of horecaluik op flexi’s kan rekenen.
Bron: VILT vzw, 26 juni 2026. Lees hier het volledige artikel.

